Hemels van der Hart

Elke maand delen we ons perspectief in het Financieele Dagblad.

Het Nederlandse onderwijs behoort tot het beste van de wereld. En dat is mooi. Het zegt iets over hoe ons onderwijs zich verhoudt tot dat in andere landen. En roept natuurlijk de vraag op: kan het beter? Vanuit het onderwijs klinken de laatste tijd regelmatig zorgen. Over de grootte van klassen, over het afschaffen van speciaal onderwijs, over de afnemende rol van ouders en de groeiende administratieve last. Allemaal kwesties die om een oplossing vragen, maar die misschien ook de aandacht afleiden van een nog fundamenteler vraagstuk.

Want: moet er niet veel meer ruimte zijn voor vernieuwing? Instituten als Luzac laten zien hoe ongekend goed de resultaten zijn van kleine klassen en persoonlijke aandacht. Ja, dat kost een klein vermogen. Maar: wat levert het op als we dat landelijk invoeren? En hebben we eigenlijk wel een keuze? Technologie is bezig ons bestaan blijvend te veranderen. Robotisering en digitalisering grijpen diep in op de manier waarop we leven en werken. Dat levert andere banen op. Waarop we ons nu alvast kunnen voorbereiden. Dat schiet niet op als het wijzigen van curricula achterwege blijft, alleen omdat het proces daartoe nauwelijks door te komen is. En waar blijft de toepassing van al die technologie in ons onderwijs?

Wij mogen vanuit ons werk regelmatig in onderwijsinstellingen meekijken. Van ROC’s tot business schools. En we zijn onder de indruk van de passie en het vakmanschap van de mensen die daar elke dag met ontwikkeling bezig zijn. Als we hen nou eens koppelen aan bestuurders van grote ondernemingen en innovatieve start-ups. Met een budget dat een procent of 30 hoger is dan nu. En met het vertrekpunt om een leven lang leren mogelijk te maken. Samen kunnen we het onderwijs in Nederland daarmee wereldstandaard maken. Over rendabel investeren gesproken. Dus, beste mevrouw Schippers, zullen we?